Je kunt beginnen bij iets wat je in de les ziet, of bij een fase uit een didactisch model waarmee je al werkt. De vraag blijft praktisch: welke stap wil je dat de leerling zelf leert uitvoeren, en waar kan AI helpen?
wat gebeurt er in de les?→wat moet de leerling leren?→welke hulp is nodig?→wat doet AI?→wat wil je daarna zien?
Begin bij wat je in de les ziet
Welke situatie herken je?
Je hoeft geen EAI-term te kennen. Kies de situatie die het meest lijkt op wat je als docent probeert te bereiken.
Bestaand model, eigen fasen
Met welk model werk je?
Je eigen didactische model blijft het vertrekpunt. Kies een fase of functie en bekijk welke werkvormen daar kunnen helpen bij leerlingdenken, ondersteuning en zelfstandig werken.
Je hoeft niet met één van deze modellen te werken.
Staat jouw model er niet bij? Begin dan bij een concrete onderwijsvraag. De werkvormen zijn niet afhankelijk van één vaste lesstructuur.
Bronmodel
Expliciete Directe Instructie 2.0
De negen EDI-lesfasen blijven intact. EAI voegt per fase alleen de vraag toe welke menselijke handeling daar betekenis draagt, wat AI doet en welk bewijs je daarna nodig hebt.
Loopt door meerdere fasen heenBetrekken en activerenHerhalenControleren van begripFeedback
Bronmodel
Explicit Instruction
De zes teaching functions uit het bronmodel blijven in hun eigen volgorde en terminologie staan. EAI legt daar alleen een analyse van menselijke en AI-handelingen overheen.
Loopt door meerdere fasen heenProductive learner engagementHigh success during learningScaffold and systematically fade support
Bronmodel
Formatieve toetscyclus
De vijf fasen vormen samen een formatief proces. EAI verandert die cyclus niet, maar maakt per fase zichtbaar welke menselijke handeling, AI-bijdrage en bewijsbetekenis relevant kunnen zijn.
Loopt door meerdere fasen heenDoelgericht bewijs verzamelenInterpretatie scheiden van observatieVervolgactie baseren op leerlingbewijs
Direct Instruction in de Engelmann-traditie staat wel als adapter in de EAI Standard, maar wordt hier niet als universele lineaire lesroute getoond omdat de bron dat model niet zo structureert.
Werkvormen bij jouw vraag
Kies hierboven wat je in je les wilt bereiken
Je ziet daarna eerst een kleine selectie werkvormen die bij die vraag kunnen helpen.
Bij deze combinatie verschijnt nu geen werkvorm. Probeer een andere zoekterm of wis één van je keuzes.
Blader zelf door alle 57 werkvormen
Weet je al ongeveer wat je nodig hebt? Filter op wie ermee werkt en op wat je bij de leerling wilt zien.
Werkvorm
EAI-kaart: begin bij het leren
Neem één concrete opdracht uit je les. Kijk eerst wat leerlingen moeten leren en welke stap ze zelf moeten uitvoeren. Bepaal daarna pas waar AI kan helpen.
Als docent
Kies één concrete opdracht en benoem eerst het leerdoel en de stap die de leerling zelf moet doen.
De leerling
Voert de belangrijke leerstap uit en legt kort uit welke keuze hij zelf heeft gemaakt.
Knip een opdracht in werkstappen en noteer per stap: doet de leerling dit, doet AI dit, of doen ze het samen? Zo zie je of AI de leerstap overneemt die de leerling juist zelf moet zetten.
Als docent
Knip de opdracht in stappen en noteer per stap wie het werk doet: leerling, AI of samen.
De leerling
Laat zien welke inhoudelijke keuzes en controles hij zelf uitvoert.
Stel dezelfde vraag aan een algemene AI en aan een AI die alleen met opgegeven bronnen werkt. Vergelijk wat er verandert in antwoorden, verwijzingen en zekerheid.
Als docent
Laat dezelfde inhoudelijke vraag in twee verschillende AI-omgevingen uitvoeren en bespreek de verschillen.
De leerling
Vergelijkt de antwoorden en controleert waarop verschillen in inhoud of brongebruik zijn gebaseerd.
Geef een nieuwe opgave waarvoor dezelfde vaardigheid nodig is. Zo zie je beter of de leerling de aanpak zelf kan gebruiken zonder het eerdere antwoord over te nemen.
Als docent
Geef een nieuwe opgave waarvoor dezelfde vaardigheid nodig is en kijk hoe de leerling die aanpakt.
De leerling
Herkent welke aanpak opnieuw bruikbaar is en voert die zelf uit.
Vergelijk een eigen uitwerking met een AI-versie. Laat de leerling benoemen wat beter werkt en waarom. Daarna gaan beide voorbeelden weg en bouwt de leerling zelf opnieuw op.
Als docent
Laat een eigen en een tweede versie vergelijken, vraag om een inhoudelijk criterium en haal de voorbeelden daarna weg voordat de leerling opnieuw werkt.
De leerling
Vergelijkt, onderbouwt een keuze en past die daarna zonder voorbeeldtekst toe in een nieuwe eigen versie.
Kijk verder dan één goed eindproduct. Vraag wat de leerling met hulp kan, wat zonder hulp lukt, wat later nog lukt en wat ook in een nieuwe situatie lukt.
Als docent
Kies eerst wat je over het leren wilt weten en verzamel daarna precies het leerlingwerk dat daarbij past.
De leerling
Laat op verschillende momenten en met verschillende mate van hulp zien wat hij kan.
Neem een bestaande opdracht en ontwerp hem opnieuw vanuit het leerdoel. Bepaal daarna welke stappen de leerling zelf doet, waar AI mag helpen en wat je wilt kunnen zien.
Als docent
Begin bij het leerdoel en verdeel daarna bewust het werk tussen leerling en AI.
De leerling
Voert de stappen zelf uit die nodig zijn om het leerdoel te oefenen of te laten zien.
Laat de leerling een paar concrete momenten uit zijn eigen werk terughalen: wat was het doel, waar liep hij vast, welke keuze maakte hij en wat veranderde daarna?
Als docent
Kies concrete momenten uit het werk en vraag de leerling terug te halen wat hij daar deed en waarom.
De leerling
Kijkt terug op eigen keuzes en benoemt wat hij een volgende keer anders zou doen.
Gebruik wat je in leerlingwerk of antwoorden ziet om te kiezen wat je daarna doet: doorvragen, extra uitleg geven, laten oefenen of juist meer loslaten.
Als docent
Koppel je volgende stap aan wat je daadwerkelijk in het werk of antwoord van de leerling ziet.
De leerling
Reageert op de gekozen hulp en laat in nieuw werk zien wat daarvan het effect is.
Haal één vorm van hulp weg zodra de leerling laat zien dat hij een groter deel van de leerstap zelf kan zetten. Kijk daarna opnieuw wat zonder die hulp lukt.
Als docent
Verminder één vorm van hulp en kijk of de leerling de volgende stap zelf kan dragen.
De leerling
Voert de taak met minder hulp uit en laat zien wat hij nu zelf kan.