EAI-kaart
Breng één taak terug naar vier vragen: wat moet de leerling leren, waar zit hij in dat leren, waaraan moet hij zelf betekenis geven en wat doet AI precies op die plek?
beschrijf→lokaliseer→benoem
voer uit→licht toe
Begin bij een concrete onderwijsvraag, of vertrek vanuit het didactische model waarmee je al werkt. EAI voegt geen nieuw lesmodel toe.
Je kunt beginnen bij een probleem dat je in de les ziet. Of bij de fase van een bestaand didactisch model. In beide gevallen blijft de vraag hetzelfde: welke handeling draagt hier het leren?
Je hoeft geen EAI-term te kennen. Klik op wat je als docent probeert te bereiken.
EAI verandert de namen, volgorde of bedoeling van het bronmodel niet. We laten alleen zien welke EAI-vragen en werkvormen binnen een fase of functie relevant kunnen zijn.
De negen EDI-lesfasen blijven intact. EAI voegt per fase alleen de vraag toe welke menselijke handeling daar betekenis draagt, wat AI doet en welk bewijs je daarna nodig hebt.
De zes teaching functions uit het bronmodel blijven in hun eigen volgorde en terminologie staan. EAI legt daar alleen een analyse van menselijke en AI-handelingen overheen.
De vijf fasen vormen samen een formatief proces. EAI verandert die cyclus niet, maar maakt per fase zichtbaar welke menselijke handeling, AI-bijdrage en bewijsbetekenis relevant kunnen zijn.
Direct Instruction in de Engelmann-traditie staat wel als adapter in de EAI Standard, maar wordt hier niet als universele lineaire lesroute getoond omdat de bron dat model niet zo structureert.
Dan verschijnen hier eerst de werkvormen die daar inhoudelijk het best bij aansluiten.
Hier vind ik nu geen passende werkvorm. Probeer een ander woord of wis je keuze.
Voor wie al weet wat hij zoekt. Gebruik zoeken of de extra filters.
Breng één taak terug naar vier vragen: wat moet de leerling leren, waar zit hij in dat leren, waaraan moet hij zelf betekenis geven en wat doet AI precies op die plek?
beschrijf→lokaliseer→benoem
voer uit→licht toe
Bepaal welke menselijke handeling in deze fase inhoudelijke betekenis draagt voordat je AI een rol geeft.
bepaal→benoem→toets
voer uit→geef betekenis
Maak zichtbaar wie welke handeling uitvoert, op welk moment, gelezen ten opzichte van de kernhandeling.
ontleed→wijs toe→vergelijk
kies→formuleer→controleer
Voer dezelfde vraag meerdere keren uit en onderzoek variatie, toon, aannames en mogelijke fouten.
varieer→vergelijk→duid
beoordeel→vergelijk
Vergelijk een algemene AI met een brongebonden omgeving en analyseer wat context en bronnen veranderen.
vergelijk→analyseer→duid
beoordeel→controleer
Bewaar een eerste eigen poging en vergelijk daarna wat met AI-hulp veranderde, door wie en waarom.
laat proberen→bewaar→vergelijk
probeer→vergelijk→herzie
Leg per relevante AI-bijdrage vast wat is overgenomen, aangepast of verworpen en waarom.
selecteer→vraag door
accepteer→pas aan→verwerp
Redeneer vanaf een concrete passage, keuze of wijziging terug naar AI-bijdragen, eigen beslissingen en redenen.
selecteer→vraag terug→controleer
reconstrueer→verklaar→verantwoord
Betreed na AI-gebruik opnieuw het denkproces en reconstrueer voorstellen, keuzes, afwijzingen en alternatieve routes.
laat terugkijken→vraag door
reconstrueer→vergelijk→reflecteer
Neem relevante AI-ondersteuning tijdelijk weg en kijk of de kernhandeling zelfstandig beschikbaar blijft.
isoleer→verminder hulp→observeer
voer opnieuw uit→toon zelfstandigheid
Pauzeer verdere AI-hulp en laat eerst de relevante redenering of keuze door de leerling zichtbaar maken.
pauzeer→vraag uitleg→hervat
leg uit→herstel→ga verder
Laat dezelfde onderliggende handeling uitvoeren op een nieuw item met minder kans op antwoordhergebruik.
kies handeling→maak nieuw item→observeer
herken→voer uit→licht toe
Gebruik het AI-antwoord als vergelijkingsmateriaal. Haal het daarna uit beeld en laat de leerling de relevante stap zelf opnieuw opbouwen.
laat vergelijken→haal weg→laat herbouwen
vergelijk→kies→reconstrueer
Kijk niet alleen naar het product. Vraag ook: lukt het met hulp, zelfstandig, later nog en in een andere situatie?
formuleer uitspraak→kies bewijs→interpreteer
voer uit→herhaal→pas toe
Laat de relevante handeling na een betekenisvolle tijd opnieuw uitvoeren zonder het eerdere antwoord opnieuw aan te bieden.
plan later→bied nieuw item→observeer
haal op→voer opnieuw uit
Verander context of representatie terwijl de onderliggende handeling gelijk blijft.
verander context→bewaar handeling→observeer
herken→pas aan→voer uit
Leg vertrouwen in eigen kunnen naast een verse zelfstandige poging.
vraag inschatting→laat uitvoeren→vergelijk
schat in→voer uit→stel bij
Laat de leerling een fout herkennen, lokaliseren, verklaren en herstellen voordat een volledige oplossing verschijnt.
laat lokaliseren→vraag waarom→laat herstellen
detecteer→lokaliseer→verklaar
Laat opmerkingen leiden tot een nieuwe poging van de leerling, niet tot een kant-en-klare verbeterde versie.
geef feedback→begrens→laat opnieuw doen
interpreteer→kies→herzie
Controleer een belangrijke uitspraak van AI bij een passende bron en leg uit wat die controle oplevert.
selecteer claim→vraag controle
zoek→vergelijk→verifieer
Laat de leerling eerst bepalen waar hij vastloopt en wat de kleinste hulp is waarmee hij zelf verder kan.
laat lokaliseren→laat hulp kiezen→doseer
lokaliseer→vraag gericht→hervat
Laat de leerling een AI-suggestie bewust accepteren, aanpassen of verwerpen vóórdat hij ermee verdergaat.
laat beoordelen→vraag reden
accepteer→pas aan→verwerp
Geef na een periode van AI-hulp de keuze over de volgende stap en de controle op voortgang terug aan de leerling.
bouw stopmoment in→geef regie terug
plan→kies→monitor
Herontwerp een bestaande taak vanuit de actuele EAI-volgorde en voeg pas daarna AI en bewijs toe.
ontleed→bepaal kernhandeling→herontwerp
voer relevante handeling uit
Leg vast wat AI in een taak mag doen én op welk moment een relevante handeling teruggaat naar de mens.
definieer rol→begrens→plan terugkeer
neem over→voer opnieuw uit
Bepaal opnieuw wat een product nog kan bewijzen wanneer AI delen van de relevante handeling kan uitvoeren.
bepaal uitspraak→analyseer bijdrage→ontwerp bewijs
voer relevante handeling uit
Maak expliciet wat er geleerd of verbeterd moet worden, los van alleen de taak afronden.
vraag door→verhelder
onderscheid→formuleer leerdoel
Haal een kant-en-klare AI-route weg en laat de leerling zelf een minimale aanpak met checkpoint maken.
laat eerst plannen→vergelijk daarna
plan→orden→kies controlepunt
Laat de leerling vooraf bepalen waaraan hij zelf ziet of een aanpak werkt voordat AI dat oordeel geeft.
bouw controlepunt in→laat eerst zelf beoordelen
kies criterium→monitor→vergelijk
Stel inhoudelijke hulp kort uit en laat de leerling eerst precies lokaliseren waar de voortgang stopt.
vraag door→lokaliseer
herken→lokaliseer→benoem
Laat de leerling zelf beslissen of een strategie moet blijven, veranderen of stoppen op basis van zichtbaar bewijs.
laat bewijs bekijken→vraag keuze
evalueer→kies→verander strategie
Reconstrueer concrete doelen, keuzes, vastlopers en aanpassingen uit het eigen proces in plaats van een algemene AI-reflectie te laten schrijven.
selecteer momenten→vraag terug
reconstrueer→verklaar→pas aan
Maak een onuitgesproken aanname in een redenering expliciet voordat AI die voor de leerling benoemt.
vraag wat ertussen zit→laat toetsen
identificeer→toets→herzie
Laat de leerling beoordelen of een bron juist deze conclusie kan dragen, en waarom.
laat koppelen→vraag waarom
beoordeel→vergelijk→onderbouw
Maak de redeneringsstap tussen informatie en conclusie expliciet in plaats van bewijs en standpunt alleen naast elkaar te zetten.
vraag verbinding→begrens
verbind→redeneer→concludeer
Laat de leerling eerst zelf een geloofwaardig tegenargument genereren voordat AI tegenwerpingen aanlevert.
vraag tegenargument→laat wegen
herken→formuleer→weeg
Vergelijk verschillende perspectieven en laat de leerling expliciet aangeven welk perspectief de eigen conclusie beïnvloedt en waarom.
bied perspectieven→vraag weging
vergelijk→weeg→verantwoord
Haal een AI-geschreven weerlegging weg en laat de leerling een nieuwe reactie op een vergelijkbare tegenwerping opbouwen.
laat voorbeeld verdwijnen→bied nieuwe situatie
weerleg→reconstrueer→verantwoord
Laat de leerling bepalen welke conclusie het beschikbare bewijs daadwerkelijk rechtvaardigt en hoe sterk die conclusie mag zijn.
vraag begrenzing→laat formuleren
weeg bewijs→concludeer→begrens
Scheid wat de leerling daadwerkelijk zei, schreef of deed van de interpretatie die je eraan geeft.
observeer→scheid→interpreteer
geef directe informatie
Ontwerp één vervolgvraag die onderscheid maakt tussen twee plausibele verklaringen van een leerlingreactie.
formuleer verklaringen→lok reactie uit→vergelijk
reageer→laat nieuw bewijs zien
Traceer een fout terug naar het eerste punt waar het proces onvoldoende wordt, niet alleen naar het laatste verkeerde antwoord.
traceer→lokaliseer→kies hulp
voer uit→licht toe
Formuleer meer dan één plausibele verklaring voordat je een leerlingreactie diagnostisch duidt.
genereer verklaringen→toets→stel bij
reageer→lever nieuw bewijs
Beperk je conclusie tot wat het beschikbare leerlingbewijs werkelijk ondersteunt.
observeer→begrens interpretatie→noteer onbekend
lever werk of reactie
Maak expliciet wat nog onbekend is en of die onzekerheid de volgende beslissing werkelijk beïnvloedt.
benoem onbekend→weeg relevantie→beslis
vul perspectief aan
Koppel een volgende onderwijsinterventie expliciet aan het geïdentificeerde probleem en het beschikbare bewijs.
interpreteer→vergelijk opties→kies respons
reageer→laat effect zien
Verberg een AI-advies tijdelijk en reconstrueer de professionele beslissing vanuit oorspronkelijke leerlinginformatie.
verberg advies→interpreteer zelf→beslis
lever oorspronkelijke informatie
Controleer een betekenisvolle interpretatie rechtstreeks bij de leerling voordat die onderdeel wordt van een besluit over de leerling.
luister→verhelder→controleer interpretatie
vertel→corrigeer→vul aan
Kies de minst ingrijpende vervolgstap die past bij bewijs, onderwijsdoel en resterende onzekerheid.
weeg→kies proportioneel→volg op
reageer→laat effect zien
Benoem vóór je hulp kiest welke handeling na die hulp nog of weer door de leerling zelf moet worden uitgevoerd.
identificeer doelhandeling→kies hulp→plan terugkeer
voer doelhandeling uit
Kies de kleinste ondersteuning die voortgang weer mogelijk maakt terwijl zo veel mogelijk van de doelhandeling bij de leerling blijft.
lokaliseer→kies kleinste hulp→observeer
hervat→voer zelf uit
Formuleer een vraag die de ontbrekende handeling uitlokt zonder de relatie, keuze of oplossingsroute al in de vraag mee te geven.
identificeer ontbrekende stap→vraag uitlokkend→observeer
lever relatie→kies→redeneer
Geef foutinformatie of een criterium zonder de inhoudelijke revisie uit handen van de leerling te nemen.
signaleer→geef criterium→geef terug
herzie→corrigeer→licht toe
Modelleer wanneer dat nodig is, maar geef de doelhandeling daarna terug via een nieuwe uitvoering die geen kopie is.
modelleer→haal model weg→laat opnieuw doen
observeer→reconstrueer→voer uit
Verwijder één ondersteuningslaag zodra leerlingbewijs laat zien dat meer van de handeling kan terugkeren.
observeer→verminder steun→controleer
voer met minder steun uit
Plan expliciet waar een door docent of AI uitgevoerde handeling weer door de leerling wordt uitgevoerd.
markeer overname→geef terug→controleer
neem over→voer opnieuw uit
Bepaal of de leerling vooral nieuwe uitvoering nodig heeft of dat de onderliggende representatie opnieuw moet worden opgebouwd.
diagnosticeer→kies oefenen of uitleg→controleer
oefen→begrijp→voer opnieuw uit