Van twee pijlers naar ontwerp.
De drie workshops volgen steeds dezelfde beweging: kennisbasis, verdieping, een uitgewerkt voorbeeld, reflectie, een werkvorm en een concrete afsluiting. De werkvormen hieronder kun je ook los gebruiken.
Twee pijlers voor AI in onderwijs
Eerst scherp krijgen hoe leren werkt én hoe taalmodellen werken. Daarna pas beoordelen wat een AI-toepassing in een onderwijsproces betekent.
Bekijk één concrete taak vanuit leren en vanuit de technische mogelijkheden van AI.
Vergelijk een algemene AI met een brongebonden omgeving. Wat verandert er door context en bronnen?
Waaraan moet de leerling hier zelf betekenis geven?
We pakken één taak, leggen het leerproces en de fase op tafel en zoeken de kernhandeling. Pas daarna kijken we welk deel AI uitvoert.
Maak per stap zichtbaar wat de leerling doet en wat AI al voor hem uitvoert.
Bepaal aan welke stap de leerling hier zelf inhoudelijke betekenis moet geven.
Van inzicht naar ontwerp
Het leerproces, de fase, de kernhandeling en de rol van AI komen samen in het herontwerp van een taak.
Maak zichtbaar wat uit AI-suggesties is overgenomen, verworpen of veranderd, en vooral waarom.
Kies bewijs dat past bij wat je werkelijk over de leerling wilt kunnen zeggen.
Bekijk hoe je met taal, meegegeven informatie en duidelijke grenzen bepaalt wat AI in deze taak wel en niet doet.